mirjam geelink

   hersenspinsels    Meten met nieuwe maten
badmuts

Meten met nieuwe maten

‘Kijk uit voor die mat’, ‘Blijf maar zitten ik kom wel naar je toe’, ‘Laat mij je broodje smeren’, honden die aanslaan als ik voorbij wankel en altijd weer verhalen over ouders, opa’s en oudtantes met een beroerte, zelden een lotgeval van een leeftijdgenoot. Dagelijks wapen ik me tegen het hulpbehoevende en stokoude plaatje dat in mijn brein geëtst wordt door medemens én dier (overigens met de beste bedoelingen). Vooralsnog weiger ik te capituleren. Geef ik me over dan wórd ik hulpbehoevend en in één klap stokoud. Dan representeer ik het plaatje dat de ander mij aanreikt. Dan meet ik met andermans maat.

Extase

Veel van wat je ooit gezien, gelezen, meegemaakt, gevoeld, geroken, of gehoord hebt, sla je op in je hoofd en als het mee zit, kun je dat vervolgens weer oproepen, je kunt er een mentale voorstelling van maken. Eén van mijn favoriete voorstellingen gaat over zwemmen. Ferry Weertman, je weet wel zwemgoud in Rio, zegt in de documentaire 0,03 seconde dat hij in het water de vrijheid voelt. ‘Door het ritme en de cadans van het voortdurend herhalen van overbekende bewegingen raak ik in een staat van nergens meer aan denken, in een soort trance’ zegt Ferry. Ja, dat herken ik. Het moment waarop alles klopt. Het moment dat je samenvalt met het leven zelf. Euforie. Extase. Precies dat haal ik me voor de geest als het over zwemmen gaat. Precies dat representeert mijn brein.

Meten met oude maten

Het zwemmen van nu is echter niet meer vanzelfsprekend. Een trance? Euforie? Al bij de ingang word ik in een figuurlijk hokje geduwd: ‘jij mag vast omkleden voor het aangepast zwemmen’, zegt de badmeester. Maar daar kom ik niet voor. Ik zwem baantjes tussen de ‘gewone’ mensen, tussen de kletsende zwemmende vrouwen en de net-alsof-wedstrijdzwemmers (zoals voorheen ook ik). Omkleden, in zwempak wurmen, waarom staat die muziek zo hard? en dan een plekje veroveren boven een lijn op de bodem die dient als richtsnoer zodat ik niet in rondjes zwem. Na 25 meter grijp ik met mijn goeie arm naar de muur, argh! net te hoog en geen houvast dan maar even met de voet de richel zoeken en op naar de volgende 25 meter. Het brilletje loopt alweer vol chloorwater en ik moet nog een half uur, eigenlijk een uur als ik het meet naar m’n oude zelf. Maar dat meten met oude maten moet ik nodig laten varen. De borstcrawl is een worsteling; euforie komt niet meer bovendrijven.

Das war einmal

De representatie in mijn hoofd over het zwemmen, de vrijheid en euforie ga ik voorgoed opbergen onder het das-war-einmal-tabblad. Misschien af en toe aanklikken voor een nostalgisch momentje. Het zwemmen van nu is afzien. Straks maar een extra scheut rum in de tuttifrutti, dan lijkt alsof alles toch klopt.